Industrieel beleid: Witboek stelt teleur

27/05/2011 Persbericht - Het Witboek Nieuw Industrieel Beleid van de Vlaamse regering is een nuttige eerste aanzet, maar verdere visievorming en sociaal overleg blijven noodzakelijk.


De Vlaamse Regering gaf vandaag haar goedkeuring over het witboek ‘Een nieuw industrieel beleid voor Vlaanderen’, waarmee ze haar visie op de toekomst van de industrie in Vlaanderen formuleert.

Het witboek vormt het voorlopige eindpunt van een proces dat in februari 2010 startte met het samenroepen van de Staten-Generaal voor de Industrie.

Aandacht voor industrie in Vlaanderen is positief

Het Witboek Nieuw Industrieel Beleid is volgens ACV, ABVV en ACLVB een nuttige eerste aanzet, maar verdere visievorming en sociaal overleg over een sterk industrieel beleid blijven noodzakelijk. Het witboek draagt er hopelijk toe bij dat het thema industrieel beleid blijvende aandacht krijgt op de agenda van de Vlaamse Regering.

ABVV, ACLVB en ACV zijn al jarenlang vragende partij voor een beleidsvisie op de toekomst van de industrie in Vlaanderen. We zijn daarom tevreden met de hernieuwde aandacht voor het industriële beleid vanuit de Vlaamse Regering. Het witboek Nieuw Industrieel Beleid voor Vlaanderen vormt een eerste aanzet om die nieuwe industriële strategie op poten te zetten.

We verwelkomen de opname van het luik inzake competentieontwikkeling en arbeidsorganisatie in de tekst, wat een verbetering inhoudt t.a.v. het Groenboek Nieuw Industrieel Beleid. Daarnaast is het positief dat ook een aanzet wordt gegeven tot het voeren van een gericht clusterbeleid. We hopen dat de Vlaamse Regering de intenties hierover in het witboek zo snel mogelijk omzet in concrete beleidsmaatregelen.

Witboek stelt teleur

Op heel wat punten voldoet de voorliggende tekst van het witboek echter niet aan onze verwachtingen:

  • In de strategische beheersstructuur van het nieuw industrieel beleid is er maar een beperkte rol weggelegd voor de sociale partners. Wij dringen erop aan dat het VESOC-overleg tussen Vlaamse regering en sociale partners een duidelijke rol toebedeeld krijgt in die beheersstructuur en de uitvoering van het nieuw industrieel beleid niet alleen mee kan opvolgen, maar ook mee mag aansturen. Daarbij dienen tevens de bestaande afspraken over de organisatie van sectorale rondetafelconferenties te worden gerespecteerd.

  • Het moet duidelijk zijn dat de op te richten Industrieraad met onafhankelijke experts louter advies kan geven over operationele aspecten. De Industrieraad mag zich niet in de plaats stellen van de SERV en mag dus geen advies kan geven over het globale sociaaleconomische beleid ten behoeve van de industrie in Vlaanderen. Dat laatste moet het exclusieve terrein van de sociale partners blijven.

  • Het blijft moeilijk om een coherente onderliggende visie te vinden doorheen het amalgaam van soms weinig samenhangende acties die niet ingebed zijn in bestaande beleidsinitiatieven. 

  • Het aspect werkgelegenheidscreatie ontbreekt volledig. Nochtans vormden de recente crisis in de industrie en het daarmee gepaard gaande jobverlies de aanleiding voor de Staten-Generaal voor de Industrie. Ook het aspect van de werkbaarheid van de jobs in de industrie, over hoe het werken in de industrie aantrekkelijker en draaglijk kan worden gemaakt voor de werknemers, wordt onderbelicht. 

  • Een vernieuwend industrieel beleid mag niet verengd worden tot een beleid gericht op kostencompetitiviteit, verlaging van de loonkosten, verhoging van de arbeidsproductiviteit en werknemersflexibiliteit. Het valt op dat hierover in het witboek koud en warm wordt geblazen. Indien er zich kostenproblemen voordoen in bepaalde sectoren moet dit blijken uit een duidelijke analyse. Algemene lastenverlagingen zijn echter geen doeltreffende beleidsinstrument voor een gericht industrieel beleid. 

  •  Een toekomstgericht industrieel beleid dient ook werkelijk strategische keuzes te maken voor een duurzame ontwikkeling van de industrie in Vlaanderen die gericht is op een ecologische transformatie van onze productie en ondersteuning geeft aan innovatieve technologische projecten die inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen en behoeften. Het valt te betwijfelen of dit witboek al voldoende basis biedt om een betekenisvolle stap in de richting van de transitie naar een meer duurzame en groene industrie te zetten.

Vlaams ABVV, ACV en ACLVB dringen daarom aan op verder overleg met de Vlaamse Regering over de verdere implementatie van het witboek en meer in het bijzonder over de volwaardige betrokkenheid van alle sociale partners, zowel op het interprofessionele niveau via VESOC als op het sectorale niveau via de Rondetafelconferenties, bij de verdere uitwerking van de acties.

Lees ook

Zoek op trefwoord

industrie

Deze internetsite maakt gebruik van cookies. Dit doen we om uw surfervaring op deze website beter te maken.
U kunt ten alle tijde deze cookies weigeren of verwijderen door de instellingen in uw browser aan te passen.
Meer informatie hierover vindt u op https://www.aboutcookies.org/

Als u gewoon verder surft, geeft u toestemming om deze cookies te gebruiken.